Waar de school voor staat

Missie

“Een school voor vrije vogels, voor kleine en voor grote waar iedereen een eigen plekje heeft en om de ander geeft.”

Visie

Onze visie is gebaseerd op een vijftal kernwaarden.

  1. Kwaliteit
  2. Plezier
  3. Samenwerking
  4. Structuur
  5. Vertrouwen

Lees verder >>

School en samenleving

Nederland is een multiculturele samenleving. Dit heeft vanzelfsprekend consequenties voor het onderwijs en de opvoeding van de kinderen op onze school.

De school streeft een positieve relatie na tussen school en samenleving. Er wordt getracht een sfeer te scheppen waarbij elk kind zich geaccepteerd voelt ongeacht uiterlijk, taal, culturele of godsdienstige achtergrond.
De overheid stemt de doelen van het onderwijs af op de maatschappelijke ontwikkelingen en de ontwikkelingen binnen het onderwijs. Kwaliteit van onderwijs kan geen statisch begrip zijn. Met de maatschappelijke ontwikkelingen veranderen ook de opvattingen over kwaliteit. De school probeert alle ontwikkelingen kritisch op de voet te volgen en streeft ernaar de leerlingen voldoende bagage mee te geven om in een veranderende maatschappij te kunnen functioneren.

Identiteit

In het algemeen kunnen we zeggen dat onze katholieke school zich in haar levensbeschouwelijke opstelling door de evangelische boodschap laat leiden en zich tevens aansluit bij de geest en de beleving van de katholieke geloofsgemeenschap.
Wij zien de rol van de school als verlengstuk van de geloofsopvoeding thuis en de parochie van de St. Vituskerk in Naarden. Belangrijke elementen binnen onze levensbeschouwelijke identiteit zijn onder andere

  • Respect voor het unieke van ieder mens en voor de schepping;
  • Opkomen voor rechtvaardigheid en kansen voor zwakken
  • Een goede omgang tussen alle betrokkenen onderling, kinderen, ouders en leerkrachten
  • Een onderwijsaanbod dat meer in zich heeft dan het opdoen van “kennis”.

Deze elementen komen onder andere naar voren in de vorm van:
  • de weekopening in de kring;
  • het werken met catecheseprojecten (zie 9.3 schoolgids);
  • vieringen per bouw  binnen de school, naar aanleiding van een catecheseproject;
  • startviering aan het begin van het schooljaar;
  • de kerst- en paasviering op school;
  • acties voor goede doelen.

 

Doelen

Om recht te doen aan verschillen tussen kinderen is er ruimte en aandacht voor de individuele ontwikkeling van het kind. Differentiatie, bevorderen van zelfstandigheid, aandacht voor kinderen die extra zorg behoeven en werken aan een goed pedagogisch klimaat zijn belangrijke uitgangspunten binnen onze school.
Dat vindt zijn weerslag in de aanpak van ons onderwijs

  • De leerkracht leidt, begeleidt, stimuleert op afstand en werkt of speelt mee, al naar gelang de onderwijssituatie.
  • Bij de instructie probeert hij/zij aan te sluiten bij de beginsituatie van de leerlingen, rekening houdend met een zorgvuldige jaarplanning van de leerstof. Er wordt klassikaal gewerkt en ook gedifferentieerd, dat wil zeggen dat de leerkracht zich tevens richt op het individuele niveau van het kind (sommige kinderen volgen een eigen programma voor een bepaald vakgebied).
  • De leerkracht stuurt de ontwikkeling van kinderen via opgebouwde leerstofeenheden. Hij zorgt voor structuur. Leerlingen die behoefte hebben aan meer structuur, krijgen extra aandacht.
  • De sociale vorming van leerlingen is een belangrijk aandachtspunt. Regels voor activiteiten worden zoveel mogelijk in overleg tussen leerkrachten en leerlingen opgesteld. De leerkracht helpt meningsverschillen en conflicten op te lossen.

Concreet betekent dit voor onze leerlingen dat de zelfstandigheid wordt bevorderd. De leerlingen leren samenwerken. Het omgaan met emoties krijgt de aandacht. De kinderen wordt geleerd te kiezen en verantwoordelijkheid te dragen voor gemaakte keuzen.
Al in groep 1/2 wordt aandacht besteed aan het zelfstandig werken van de kinderen. Het begint met het zelf pakken van werkjes en eenvoudige administratie. In de volgende groepen wordt het zelfstandig werken steeds verder uitgebreid, onder andere door het werken met dag- en weektaken. De kinderen in groep 8 moeten in staat zijn om gedurende langere tijd zelfstandig te werken. In deze groepen werken de kinderen met een volledige weektaak. De leerstof en de overige activiteiten van de week staan in een overzichtelijk schema. Ook eventueel extra werk en verdiepingsstof staan hierop genoteerd zodat de kinderen zelfstandig verder kunnen en niet steeds afhankelijk zijn van de groepsleerkracht. Het zelfstandig kunnen werken is van groot belang voor een goede aansluiting met het voortgezet onderwijs.